Voor vragen of opmerkingen kunt u altijd middels de email contact opnemen met onsEmail

Laatste Nieuws

Ras Informatie

Posted in: Rasspecifieke Informatie

Andere naam: Vlinderhondje en Continentale Dwergspaniël
Oorsprong: Europees vasteland
Gehouden als: Gezelschapshond
Grootte: 20-28 cm
Gewicht: 4-4,5 kg
Kleur: Verschillende kleuren
Vachtsoort: Fijne en zijdeachtige vacht
Gem. Leeftijd: 13-15 Jaar

Geschiedenis van het ras:

Onze Papillon en Phalène, in Nederland ook bekend als het vlinderhondje en het nachtvlinderhondje, zijn dwergspaniëls. De Papillon heeft grote staande oren met veel franje er aan, vandaar de naam Vlinderhondje. De Phalène heeft hangende oren en wordt daarom Nachtvlinderhondje genoemd.De echte officiële namen zijn echter Epagneul (=spaniël) Nain Papillon en Epagneul Nain Phalène. Het is één ras bestaande uit twee variëteiten, alleen de oren zijn verschillend.De Phalène is de oudste variëteit. Het blijkt dat er in de Romeinse tijd al een grafmonument geweest is met een afbeelding van een soort Phalène. Vanaf de dertiende eeuw komen ze vaker voor. Er is een fresco in een kerk in Assisi uit 1290 waarop de Phalène voorkomt. Ook zijn er vanaf de zestiende eeuw veel schilderijen waar ze op voorkomen. Bekende schilders van ons ras uit die tijd zijn o.a.: Rubens, Troost, van Helst, Pieter de Hoogh, van Mierlo en toch wel als bekendste Titiaan (Tiziano Vecellio 1488-1576). Zie foto hiernaast

Sommige geschiedschrijvers zijn er heilig van overtuigd dat onze hondjes oorspronkelijk uit het verre Oosten komen, anderen denken stellig dat het Europese hondjes zijn, waarschijnlijk uit Spanje of Italie. Een hondenhandelaar uit Italie kocht en verkocht veel hondjes. Ze gingen vooral naar Frankrijk via Spanje en Italie. Het waren heel kostbare hondjes, die alleen door de adel gekocht konden worden. Hoe kleiner het hondje hoe hoger de prijs.
Vast staat dat ze generaties lang zeer geliefd waren bij de Franse adel.

In de zestiende eeuw verspreidden ze zich langzamerhand over bijna heel Europa. Ongeveer in het midden van de negentiende eeuw kwamen de staande oren te voorschijn, waarschijnlijk door kruising met andere rassen, hoewel er voordien al wel een enkele met staande oren geweest moet zijn. De naam Phalène is pas in 1955 echt vastgesteld. De hondjes met de hangende oren noemde men tot ongeveer 1900 Epagneul Nain Continental, dwergspioen, dwergspaniël, eekhoornhondje of pastoorshond.

Naast Frankrijk raakte ook België in de ban van het ras (België en Frankrijk hebben ook samen de rasstandaard opgesteld). In het begin van de twintigste eeuw konden ook niet adelijke personen zich een Papillon veroorloven. In België nam na een glorietijd de populariteit af en aan het eind van de jaren zestig was er nog maar een enkele fokker over. Sedert enige tijd is daar verandering in gekomen en klimt het ras daar weer uit het dal. Veelal door importen uit Nederland en Engeland.In België is sedert enige jaren zelfs weer een rasvereniging Clepnaco genaamd. Van 1933 tot 1975 bestond er in België al een club met dezelfde naam.

In Engeland werd rond 1900 het ras snel populair. Zij importeerden in die periode veelal hondjes uit België. Het is er nog steeds een zeer geliefd ras. Papillons en Phalènes worden er door elkaar gefokt. Er zijn echter maar heel weinig Phalènes. Papillons en Phalènes zijn nu al jaren en jaren verspreid over de hele wereld en gooien vaak hoge ogen op tentoonstellingen.

Nederland.

In Nederland kwam het ras voor de tweede wereldoorlog sporadisch voor. Een enkele keer kwam er een hondje op een show. Tussen 1949 en 1963 werden er maximaal 8 honden per jaar in het N.H.S.B. ingeschreven. Daarna werden het er iets meer. Toenmalige fokkers waren mevr. Hoenen – Pijls (van de Hoenshof) en de heer Mastenbroek (van de Veltheuvel). Beiden stopten ze omstreeks 1970. In het begin van de jaren zeventig importeerden diverse mensen, onafhankelijk van elkaar, hondjes uit Engeland omdat er in België bij de enkele fokkers die er nog waren, een wachtlijst was van jaren. Mevr. van Woerden, Mevr. Peperkamp, de heren van Beek en van Arkel en de familie de Vos waren de bekendste fokkers die uit Engeland hondjes haalden

Mevr. van Dijk (Picolora Home) fokte in diezelfde periode haar eerste nestje met een van de laatste teefjes van de heer Mastenbroek in combinatie met een Belgisch reutje. Zij kocht voor veel geld ook volwassen hondjes uit België. De jaren 70 en 80 werden overheerst door Picolora Home hondjes. Begin jaren zeventig kwamen er dus plotseling weer in Nederland gefokte Papillons op de tentoonstellingen. Het merendeel daarvan waren Picolora Home hondjes. Begin jaren tachtig kwam ook de import uit o.a. Denemarken op gang. In Nederland kwam veel Patella Luxatie voor en in Denemarken werden de Papillons daar al generaties lang op getest en gold er een fokverbod voor hondjes met P.L. Phalènes waren een zeldzaam verschijnsel in die tijd maar langzamerhand kwamen er toch enkele. Mevr. van Dijk fokte de eerste Nederlandse Kampioen Atli van Picolora Home, die in 1979 zijn Nederlandse Kampioenstitel kreeg. Zijn vader was Unix van Picolora Home, een Papillon. Veel Phalènes kwamen toen uit Papillonouders. De oorstand was ook lang niet altijd correct, maar er was weer een begin. De basis voor de Phalènes was echter erg smal en er kwamen importen bij uit o.a. Luxemburg en later Zweden. Momenteel zijn er nog steeds veel meer Papillons dan Phalènes. Niet alleen in Nederland, maar overal.

Papillon en Phalène Club Nederland.

De P.P.C.N. werd opgericht in 1976. De eerste voorzitter was mevr. van Woerden, die zich erg voor het ras heeft ingezet. Ze schreef in diverse kynologische bladen stukjes over de Papillon om het ras weer wat meer bekendheid te geven. De P.P.C.N. geeft tweemaandelijks een clubblad uit, de “VLINDERPOST”. Ook worden er gezellige dagen en weekenden gehouden. Hoogtepunt van het jaar is natuurlijk de Kampioenschapsclubmatch, die elk jaar in het najaar plaats vindt. Ook wordt er jaarlijks nog een jongehonden- en veteranendag gehouden. U ziet, de P.P.C.N. leeft volop.

Bijzonderheden.

In een nestje Papillons kunnen Phalènes voorkomen, andersom ook. Op de leeftijd van ongeveer anderhalf jaar kunnen deze hondjes omgekeurd worden. Zij ontvangen dan een stamboom passend bij hun verschijning. Papillons en Phalènes zijn in de loop der jaren wat groter geworden. Dit komt mede door een verandering in de rasstandaard in 1990 waarin o.a. de schofthoogte is veranderd van maximaal 28 cm. naar ongeveer 28 cm. De beharing is onder invloed van de importen de laatste jaren ook toegenomen. Soms is de beharing zelfs te lang, wat de belijning schaadt. De eerste rasstandaard is opgesteld in 1934 in Lille door België en Frankrijk. Voorbeeld voor die standaard was het schilderij van Titiaan voorstellende Clarissa Strozzi met haar dwergspaniël. In 1974 werd er voor het eerst een Kampioenschapsclubmatch gehouden voor Papillons. De P.P.C.N. bestond toen nog niet. De Papillons waren toen ondergebracht bij de Pekingees en Dwergspaniël Club.

Karakter:

Het Vlinderhondje is een uitgesproken gezelschapshondje, vriendelijk en aanhankelijk. Het is levendig en speels, geen constante blaffer, wel waaks en een enthousiaste begroeter van uw bezoek.
Ook is het in staat, om – met goed gevolg – aan behendigheidstraining mee te doen.

Voor wie is het Vlinderhondje nu een geschikte hond?

Ieder, die een Vlinderhondje wil aanschaffen, zal voldoende aandacht voor hem / haar moeten hebben en tijd moeten maken om er mee te gaan wandelen. Het hondje voelt zich thuis in en groot of klein huis, met of zonder tuin, in de stad of er buiten. In onderhoud kosten de hondjes niet veel. Wel zijn entingskosten en de hondenbelasting voor een kleine hond even hoog als voor een grote. De eisen aan de hoeveelheid voedsel zijn echter bescheiden en het Vlinderhondje neemt genoegen met een klein plaatsje in de auto.
In het openbaar vervoer kan het, mits in een mandje vervoerd, vaak zelfs gratis mee. Dit geldt niet in het buitenland. Een Vlinderhondje past in een gezin met kinderen, het houdt van hen, tenminste als de ouders er op letten dat het een leven als hond kan leiden en niet als speelgoed wordt gebruikt. Het past ook goed bij wat ouderen en zorgt daarbij voor de zo nodige sociale contacten.

Over de voor – en nadelen van een reu of teef doen veel verhalen de ronde. Zo zegt men wel eens dat de reu minder “trouw” zou zijn dan de teef. Elk Vlinderhondje, of dat nu een reu of een teef is, is verknocht aan zijn / haar baas. Er zijn natuurlijk wel karakterverschillen: de een is wat onafhankelijker dan de ander. Dat heeft met reu of teef zijn echter niets te maken. Er zijn pittige teefjes en bazige reuen, maar veruit de meeste hondjes van beide geslachten hebben een vriendelijk temperament.
De keuze voor een reu of teef baseert u het beste op de omstandigheden. Zal het Vlinderhondje een tweede hond worden, dan verdient het in de meeste gevallen aanbeveling – om problemen in huis met loopsheid te voorkomen – er een te kiezen van hetzelfde geslacht als de eerste. Wordt het Vlinderhondje hond alleen, dan is meestal een reu het meest makkelijk.

Hits: 153

Loading...