Voor vragen of opmerkingen kunt u altijd middels de email contact opnemen met onsEmail

Laatste Nieuws

Aangeboren afwijkingen bij de hond

Posted in: Dracht en Bevalling
Huidige Pagina:
< Terug

https://www.facebook.com/DierenziekenhuisRotterdam
N.B.
Deze cliënten hand-out is bedoeld als ondersteuning van het consult door de dierenarts. De tekst gaat ervan uit dat uw huisdier al door de dierenarts is gezien. De adviezen in de hand-out gelden alleen voor dieren bij wie de diagnose is gesteld. De informatie dient niet als vervanging van een consult door de dierenarts! Bedenk bij het lezen dat de gezondheidssituatie van uw huisdier anders kan zijn dan in de teksten wordt beschreven. Verder worden al onze hand-outs vervaardigd aan de hand van niet alleen wetenschappelijke literatuur, maar ook van onze eigen inzichten op grond van persoonlijke ervaringen. Daarom kan de informatie voor een deel afwijken van de gangbare literatuurwetenschappelijke literatuur, maar ook van onze eigen inzichten op grond van persoonlijke ervaringen
.

INLEIDING

Als er een nestje pups of kittens verwacht wordt is het altijd spannend hoeveel diertjes er ter wereld zullen komen. Hebben ze een mooie kleur/tekening en uit hoeveel mannelijke en hoeveel vrouwelijke dieren bestaat het nestje? Maar dan komt de meest belangrijke vraag: zijn ze allemaal gezond? Helaas kan er in het ontwikkelingsproces in de baarmoeder van alles mis gaan. Dat kan leiden tot meer of minder ernstige misvormingen. Met sommige misvormingen kan een dier prima leven. Het kan alleen beperkingen met betrekking tot de fokkerij of tentoonstellingen opleveren. Andere misvormingen zijn veel ernstiger en niet met het leven verenigbaar. Bepaalde misvormingen komen vaker bij bepaalde rassen voor, maar in principe kunnen onderstaande afwijkingen bij elk ras voorkomen.
In onderstaande tekst gaan we in op de meest voorkomende aangeboren misvormingen en de betekenis daarvan voor het verdere leven van de pasgeborene. Sommige misvormingen zijn direct op de eerste levensdag duidelijk, anderen komen pas in de eerste levensweken of maanden naar voren. Helaas bestaan er ontzettend veel aangeboren afwijkingen en onderstaande lijst is dus verre van volledig Het is voornamelijk bedoeld om de meest voorkomende aangeboren afwijkingen op te sommen.

OPEN GEHEMELTE

Dit is één van de eerste zaken die een ervaren fokker controleert, zijn er pups of kittens met een open gehemelte? Deze aangeboren afwijking komt regelmatig en bij alle rasssen voor. Het komt echter vaker voor bij brachycefale rassen (dieren met een korte snuit). Het gehemelte is gespleten. Dit betekent dat het diertje niet goed kan drinken en dat er melk via de open verbinding tussen mond- en neusholte naar de neusholte kan lopen. Op deze manier krijgt het diertje onvoldoende voedingsstoffen en antilichamen binnen en zal het wat betreft groei en ontwikkeling achterblijven bij de rest van het nest. Bovendien kan dit dier zich makkelijker verslikken, wat kan leiden tot longontstekingen. Het is belangrijk dat diertjes met een open gehemelte snel ter controle worden aangeboden bij de dierenarts. Sommige open gehemelten kunnen namelijk met succes operatief worden gesloten. Deze operatie wordt vanaf 4-8 weken uitgevoerd. Tot die tijd moet er wel zorg voor worden gedragen dat het via sondevoeding de biest en voldoende voeding binnenkrijgt om zich goed te ontwikkelen. Sommige defecten zijn echter zo groot dat het verstandig is om het diertje te euthanaseren.

NAVELBREUK EN LIESBREUK

Soms zien we het meteen na de geboorte, maar vaak wordt een navelbreuk of een liesbreuk pas bij het eerste onderzoek door een dierenarts vastgesteld. Bij een navelbreuk is het meestal niet nodig om te opereren, bij een liesbreuk kan dat heel anders liggen. Meer informatie over deze aangeboren afwijkingen vind u in de hand-out BREUKEN.

HERNIA DIAFRAGMATICA

Het komt ook voor dat er bij een pasgeboren pup of kitten een scheur in het middenrif aanwezig is. Deze ontstaat meestal ten gevolge van een moeizame bevalling waarbij het diertje met flinke kracht door het bekkenkanaal is geperst (vaak grote pups/kittens). Door de druk die zich dan opbouwt in de buik- en/of borstholte kan het voorkomen dat het middenrif scheurt. Gevolg: benauwdheid omdat het middenrif een belangrijke functie bij de ademhaling heeft en mogelijk later ook een obstipatie doordat darmen klem kunnen komen te liggen in de breukpoort of in de borstholte. Des te groter de scheur, hoe meer kans er is op complicaties. De diagnose kan met zekerheid gesteld worden middels een röntgenfoto. Indien het diertje erg veel last heeft, kan worden besloten tot euthanasieover te gaan.

ATRESIA ANI

Atresia ani, oftewel het afwezig zijn van de anus, is een afwijking die zowel bij pups als kittens voorkomt. Het komt voor dat het afgesloten zijn van de anus gepaard gaat met een opening tussen het laatste deel van de dikke darm en de vagina. Vaak zorgt dit al snel voor verstoppingverschijnselen en kan het diertje zijn ontlasting niet kwijt. De diertjes worden ziek, stoppen met eten en verslechteren snel. Een operatie is helaas meestal geen optie, omdat er een grote kans is op onzindelijkheid in het latere leven omdat de spierfunctie van de anus niet optimaal werkt.

HYDROCEPHALUS

Hydrocephalus betekent waterhoofd. Het betekent dat er teveel vloeistof in de schedel is opgehoopt waardoor de schedelbeenderen niet goed hebben kunnen sluiten en het hoofd meestal ook te groot is. Het is een dermate ernstige aandoening die het niet met het leven verenigbaar is. We moeten meestal besluiten om de pup in te laten slapen.

OOGLIDAFWIJKINGEN

Er zijn een aantal ooglidafwijkingen die in de eerste levensmaanden van een pup of kitten naar voren kunnen komen. Pas als het hoofd van een dier is uitgegroeid, en dit is pas op ongeveer driejarige leeftijd kunnen we pas zien hoe ernstig de afwijking is en dat zou pas het beste moment zijn om eventueel te gaan opereren. Helaas kunnen we meestal niet zo lang wachten omdat de problemen die de oogafwijkingen opleveren te ernstig zijn.

KNIKSTAARTJE

Deze afwijking komt vooral voor in het laatste gedeelte van de staart en ziet eruit zoals de naam al doet vermoeden, er zit een knik in de staart, alsof het diertje ermee tussen een deur heeft gezeten. Fokkers zijn er absoluut niet blij mee, omdat het diertje niet zal mogen meedoen aan tentoonstellingen en dus ook uitgesloten zal worden voor de verdere fokkerij van het betreffende ras. Het diertje zelf zal er in de toekomst weinig last van hebben, het doet geen pijn en het diertje kan er prima mee leven.

CRYPTORCHIDIE

Cryptorchidie is het niet indalen in de balzak van één of beide testikels van een reu of kater. Het komt redelijk vaak voor, bij 11 % van de mannelijke dieren. Normaal gesproken dalen de testikels in binnen 10 dagen na de geboorte, maar het komt ook voor dat beide testikels pas na een aantal maanden ingedaald zijn. Als ze op 6 maanden leeftijd nog niet zijn ingedaald is het niet aannemelijk dat het nog zal gebeuren. De niet ingedaalde testikel(s) bevinden zich meestal in de buik of in het lieskanaal.Aangezien er een verhoogde kans bestaat op tumoren, is het aan te raden deze dieren te castreren. Omdat cryptorchidie vooral voorkomt bij bepaalde rassen (miniatuurrassen, boxers, shelties, engelse buldoggen) wordt een erfelijke basis vermoed en worden honden met cryptorchidie uitgesloten van de fokkerij.

PHIMOSIS

Phimosis wil zeggen: een te nauwe voorhuid waardoor een reu problemen heeft met het in- en uitschachten van zijn penis. Het is een aangeboren afwijking die vaak pas bij het begin van het sexueel actief zijn van de reu wordt ontdekt. Middels een simpele operatie kan de voorhuid ruimer gemaakt worden en is de hond van zijn probleem af.

TEENTJE TEVEEL OF TE WEINIG

In principe is het aan alle poten mogelijk dat er een van de vijf teentjes mist. Als het om één teen gaat zal dit meestal niet veel problemen opleveren voor de voortbeweging van de hond of kat voor de rest van zijn leven. Missen er meerdere tenen aan dezelfde poot dan kan dat wel voor problemen gaan zorgen, dit komt overigens zelden voor.
Ook komt het voor dat er een teentje teveel aanwezig is. Hier heeft het dier over het algemeen weinig last van. Het zal wel duidelijk zijn dat beide afwijkingen negatieve gevolgen opleveren voor de verdere fokkerij met de betreffende hond.
Hubertusklauwtjes zijn de ‘hoge’ teentjes aan de achterpoten, die eigenlijk geen functie meer hebben en bij veel rassen niet eens meer voorkomen. Echter bij sommige rassen moeten ze volgens de rasstandaard verplicht aanwezig zijn. Doordat het losse bungelende teentjes zijn, kunnen ze achter takken en dergelijke blijven hangen en voor wondjes aan de achterpoten te zorgen. Hubertusklauwtjes zijn dus geen aangeboren afwijking. De meeste dieren hebben er geen last van. Soms kunnen de tenen wel problemen geven en worden ze operatief verwijderd.

TEVEEL OF TE WEINIG GEBITSELEMENTEN

Een teveel of tekort van het normale aantal gebitselementen komt regelmatig voor. Meestal in het blijvende gebit, dus de afwijking komt pas op een paar maanden leeftijd naar voren.

  • Ondertal: afwezigheid van een of meer gebitselementen doordat ze niet aangelegd zijn of doordat een tandkiem niet tot ontwikkeling is gekomen. Soms is het ondertal te wijten aan omgevingsinvloeden (geboortetrauma, rontgenstraling, infectieziekten, hormonale stoornissen), maar erfelijke invloeden worden als de belangrijkste oorzaak aangemerkt. Over het algemeen komt het niet zo vaak voor dat er bij gezelschapsdieren tanden of kiezen missen. Bij Tentoonstellingshonden behoort deze afwijking door de keurmeester te worden gezien. Het ontbreken van elementen heeft nauwelijks een functionele betekenis, het is daarom niet nodig en zelfs ethisch niet te verantwoorden het ontbrekende gebitselement aan te vullen door middel van implantatie. 
  • Overtalligheid: overtallige gebitselementen treft men vooral aan bij de snijtanden en de voorste kiezen. Het wordt het vaakst gezien bij honden met een brede bek, zoals de boxer en de buldog. Het kan gepaard gaan met stoornissen in het doorkomen van de tanden, ruimtegebrek en een verkeerde positie van de tanden. Als een overtallig gebitselement verwijderd dient te worden is het verstandig vooraf röntgenfoto’s te maken, zodat het juiste element verwijderd wordt.

DOOFHEID

Aangeboren doofheid is een bekend probleem bij vooral witte boxers en bij witte katten, maar het kan eigenlijk bij alle dieren voorkomen. Er is een duidelijk verband te zien tussen pigmentafwijkingen (geen pigmentcellen aanwezig) en aangeboren erfelijke doofheid, dit noemen we het Waardenberg syndroom. Het komt vooral voor bij witte dieren met blauwe ogen. Doofheid wordt niet gevonden bij albinisme, waarbij pigmentcellen wel aanwezig zijn, maar niet tot enige pigmentvorming in staat zijn. Het kan aan één of aan beide oren voorkomen en het kan compleet of gedeeltelijk zijn. Omdat het, vooral bij eenzijdige doofheid , moeilijk is om de afwijking te diagnosticeren gebruiken we de BEAR-test (Brain stem Auditory Evoked Response), waarbij elektrische activiteit in de schedel wordt geregistreerd als reactie op geluiden. De test geeft een betrouwbare uitslag van beide oren afzonderlijk en kan vanaf een leeftijd van 6 weken worden uitgevoerd. Dieren die eenzijdig of beiderzijds doof zijn hebben hier over het algemeen weinig last van en kunnen prima functioneren. Indien een eigenaar al vanaf jonge leeftijd middels duidelijke gebaren met de hond communiceert is het zelfs mogelijk om met een dove hond behendigheid te gaan doen.

URINEWEGAFWIJKINGEN

Er bestaan twee afwijkingen aan de urinewegen waar we rekening mee moeten houden bij een jong dier met recidiverende blaasontsteking of incontinentieproblemen.

  • Persisterende urachus: de urachus is een verbindingvan de blaas naar de navel(streng) waardoor de urine tijdens het embryonale leven wordt afgevoerd. Bij de geboorte sluit de navelstreng en gaat de urachus in regressie en wordt de urine voortaan via de plasbuis afgevoerd. Bij sommige dieren blijft deze urachus, meestal gedeeltelijk, aanwezig. Dit uit zich in een kleine uitstulping van de blaas waar urine in kan lopen. Omdat bij de lediging van de blaas dit uitstulpsel vaak niet goed geleegd kan worden, krijgen we stasis van urine, wat een prima broedplaats is voor bacterien. Een operatie is hiervoor de enige oplossing. De prognose is over het algemeen goed. 
  • Ectopische ureteren: vanaf beide nieren loopt een ureter, dit is een smal buisje dat de door de nieren gemaakte urine vervoerd, naar de blaas. Als de ureteren ectopisch zijn wil dit zeggen dat ze op een verkeerde plaats in de blaas uitmonden, te ver naar achteren. Hierdoor kan de urine rechtstreeks in de plasbuis terecht komen en tot incontinentie leiden. Ook hier is een (specialistische) operatie nodig met over het algemeen een goede prognose.

LUCHTWEGAANDOENINGEN

Doordat er bij bepaalde rassen (engelse en franse bulldog, mopshonden, perzische katten etc.) bewust op een korte neus en een korte schedel wordt gefokt ontstaan er bij deze rassen een aantal aangeboren afwijkingen die hier direct verband mee houden: te kleine neusgaten, te lang gehemelte (dit komt door de te korte snuit) en een te nauwe luchtpijp. Hierdoor maken de dieren bij het ademhalen vaak een snurkend geluid, wat door veel eigenaren als gezellig betiteld wordt, maar dus eigenlijk een bemoeilijkte ademhaling is. Helaas zijn de afwijkingen regelmatig zo ernstig dat operatief ingrijpen noodzakelijk is. Dat is bij bovengenoemde aandoeningen goed mogelijk, hoewel de narcose bij deze honden een verhoogd risico met zich meebrengt. Gelukkig beginnen steeds meer mensen in te zien dat het niet goed is om in de rasstandaard tot in de extremen te volgen. Zeker bij deze kortneuzige dieren komt het dierengezondheid en welzijn in het geding. Wij als dierenartsen kunnen deze nieuwe ontwikkelingen dan ook alleen maar toejuichen.

DWERGGROEI

Dwerggroei kan ontstaan door een afwijking in de hypofyse, een belangrijk hormoonproducerend orgaan in de hersenen. Doordat er o.a. te weinig groeihormoon aangemaakt wordt blijven de dieren te klein, wat meestal pas in de eerste levensmaanden tot uitdrukking komt. Opvallend is dat vaak wel de proporties kloppen, maar dat de dieren in het geheel te klein blijven. Het is beschreven dat de aandoening erfelijk is bij Duitse herders, en bij Karelische Berenhonden, maar het kan bij alle hondenrassen en ook bij katten voorkomen. Het is een zeldzame aandoening die gepaard gaat met allerlei afwijkingen, o.a. te traag werkende bijnier, vachtproblemen, afwijkende testikels, hartafwijkingen, te traag werkende schildklier etc. Het is denkbaar om deze dieren met hormonen en evt. aanvullende medicijnen te behandelen, maar de prognose voor de toekomst blijft onzeker.

Bij bepaalde rassen, zoals de basset en de tekkel, wordt bewust gefokt op korte poten. Dit verschijnsel staat bekend onder de naam chondrodysplasie. De kortbenigheid wordt veroorzaakt door uitval van het gen dat zorgt voor de groei van kraakbeen. Doordat het kraakbeen afwijkend groeit sluiten de groeischijven sneller en daardoor wordt de lengtegroei van botten geremd. Een gevolg van deze afwijking is dat de kwaliteit van de tussenwervelschijven slecht is waardoor er afwijkingen aan de wervelkolom kunnen ontstaan.

LEVERSHUNT

Een levershunt is een aangeboren erfelijke afwijking van de lever, waarbij de doorbloeding van de lever omzeild wordt door een bloedvat dat buiten de lever omloopt of door de lever heen gaat. Het is een afwijking die vaak pas later wordt onderkend, maar grote gevolgen heeft voor het verdere leven van het dier.

HARTAFWIJKINGEN

Het hart is een ingenieuze holle spier waarin allerlei bloedvaten uitmonden of starten. Helaas kunnen er in de ontwikkeling allerlei dingen mis gaan waardoor we een heel scala van hartafwijkingen bij de hond kennen. Bepaalde vaten kunnen bij de aanhechting aan het hart vernauwd zijn. De aders waarbij dat nogal eens voorkomt zijn de lichaamsslagader en de longslagader. Daarnaast kan het voorkomen dat de wand tussen de linker- en de rechterkamer niet goed sluit waardoor er een gat blijft bestaan waardoor het bloed niet effectief wordt rondgepompt. Meestal resulteren afwijkingen in de ontwikkeling van het hart in vroeg of laat symptomen van een verminderde groei, verminderd uithoudingsvermogen en een verminderde eetlust. Een gedegen klinisch onderzoek bij de eerste enting van de pups is heel belangrijk om hartaandoeningen vroeg te diagnosticeren. Afhankelijk van de ernst van de aandoening is het soms mogelijk om middels een operatie de problemen te verhelpen. Vaak zijn dit specialistische ingrepen waarvoor u wordt verwezen.

PERSISTERENDE RECHTER AORTABOOG

In het foetale stadium worden er bij honden en katten twee slagaders aangelegd. Een van de twee, meestal de rechtse, verdwijnt aan het einde van de draagtijd, maar het komt voor dat deze blijft bestaan. Dit noemen we een persisterende rechter aortaboog. Door de lokalisatie van deze rechter aortaboog krijgt een pup (het komt vaker voor bij honden) vaak problemen op het moment dat hij van melkvoeding overgaat op vaste voeding. De rechter aortaboog draait namelijk om de slokdarm heen en zorgt voor een afklemming van de slokdarm waardoor voedsel minder makkelijk kan passeren. De dieren gaan braken/ regurgiteren, de slokdarm kan voor de afsluiting uitrekken en de dieren kunnen een ontsteking van de slokdarm krijgen. Het is van belang dat de rechter aortaboog verwijderd wordt. Voor deze operatie zult u worden doorverwezen naar een specialist.

PREVENTIE VAN AANGEBOREN MISVORMINGEN

Door voor en tijdens de dracht een optimaal vaccinatieschema toe te passen, besmettingen te voorkomen en een optimale voeding te verstrekken kan men een aantal mogelijke oorzaken van aangeboren afwijkingen voorkomen. Helaas is het nooit helemaal uit te sluiten en zal ook de beste fokker eens met een aangeboren afwijking geconfronteerd worden.

Hits: 2039

Laatst geupdate op: februari 09, 2018
Loading...
error: Content is protected !!